Zoeken binnen de site

De kassen


bakkenCentraal in de Warmoezerij stond de zogenaamde bakkenplek. Deze bestond uit rijen bloem- en/of groentebedden van zo'n 1.70 meter breed, die met een houten ombouw - later van baksteen of beton - werden beschut.


Lentse ramen

Op deze manier ontstond een bak, die tegen kou en regen kon worden afgedekt met zogenaamde Lentse ramen van circa 1.80 x 1.30 meter.
In deze bakken werden in het vroege voorjaar groenten verbouwd (vaak verwarmd met broeimest).
Daarna, als de aanvoer van groenten van 'de koude grond' op gang kwam, werden in dezelfde bakken ook sierplanten als geranium's, begonia's en sedums gekweekt.



Warme kas

kas-warmVanaf het begin van de 20e eeuw ging de teelt van potplanten een steeds belangrijker plaats innemen. Daardoor veranderden teelt- en werkomstandigheden.

Er werden verwarmde bakken aangelegd en later verwarmde kasjes.
Hierin werd water, dat werd verhit in een kolengstookte ketel, rondgepompt in verwarmingsbuizen.


In deze bakken en kasjes kon men vroeger in het seizoen beginnen met het opkweken van de planten. Potplanten die onder het platte glas te hoog werden, werden sindsdien in de kas geteeld.

Door gebruikmaking van verwarmde kasjes konden tegelijk niet-winterharde plantensoorten worden overwinterd.

 




kas-koud

Koude kas

Daarnaast is er een koude druivenkas uit vroeger tijd, met enkele oude druivenrassen.