Zoeken binnen de site

Algemene beschrijving verzamelgebied, kerncollectie, positionering

Als erfgoedinstelling steunt de Historische Tuinderij 'de lentse warmoezenier' op twee peilers. Enerzijds functioneert het als operationele kwekerij met de bijbehorende indeling en verzamelingen oude fruit-, groente- en plantenrassen en -soorten.

Anderzijds beheert het, in functie als meer traditioneel museum, een verzameling huisraad, gebruiksvoorwerpen en werktuigen die typisch waren voor het leven en werken van de Lentse warmoezeniers en hun families, en die voor het grootste deel ook afkomstig zijn van nazaten van deze families.

De meeste van deze voorwerpen dateren uit de tijd vóór en vlak na WO II.

bascule


De Historische Tuinderij te Lent onderscheidt zich van meer traditioneel opgezette agrarische musea in het feit, dat het zwaartepunt van de activiteiten is gericht op het in stand houden van een operationele kwekerij. Ook de expositie in het museum richt zich met name op deze voor Lent specifieke vorm van tuinbouw; het wil echter geen omvattend beeld schetsen van allerlei mogelijke landbouwactiviteiten (inclusief akkerbouw en veeteelt).

Er zijn in Nederland nog twee andere Historische Tuinen te bezichtigen, nl. die van Aalsmeer en het Westlands Museum voor Streek- en Tuinbouwhistorie te Honselersdijk, die beide met het verbouwen van aldaar gangbare gewassen en kweekmethoden willen tonen hoe zich in hun streek de tuinbouw heeft ontwikkeld.


In samenwerking met Stichting Gelders Erfgoed is halverwege 2006 een overzicht gemaakt van de collectie van de Historische Tuinderij 'de lentse warmoezenier' in het kader van het Museum Inventarisatie Project (MusIP).


Doel van het MusIP is om provinciaal (en uiteindelijk landelijk) inzicht te krijgen in wat er zoal bij erfgoedinstellingen is verzameld. Voor details over de collectie zij dan ook verwezen naar het rapport "Historische Tuin Lent; Rapportage van de inventarisatie van de collectie in het kader van MUSIP-Gelderland" dat naar aanleiding van dit project eind juli 2006 is verschenen.

 

Vee inventaris

Tot de kerncollectie worden 5 diersoorten gerekend, nl: kippen, ganzen, bijen, eenden en parelhoenders.
Van deze dieren waren alleen de kippen, ganzen, en bijen oorspronkelijk aanwezig op een warmoezeniersbedrijf; de eenden en parelhoenders worden niettemin tot de kerncollectie gerekend, omdat het eveneens productiedieren (eieren) betreft.
De fazanten, dwerggeiten en kalkoenen zijn alleen voor de sier en worden derhalve niet tot de kerncollectie gerekend.
Representatieve objecten zijn bijen, eenden, fazanten, ganzen, dwerggeiten, kalkoenen, kippen, parelhoenders.



Ganzen

Ganzen werden van oudsher gehouden aan de straatkant van de warmoezerij. Ze vervulden daar een waakfunctie. Door de intensiteit van het wegverkeer heden ten dage zou dit (voor de ganzen zelf, maar ook voor de bewoners) veel te onrustig zijn. Onze ganzen zijn derhalve verder achterop het terrein geplaatst, waar het veel rustiger is.


Geiten

Het was een Betuwse traditie om het gras van de wegbermen kort te houden met behulp van (gewone) geiten; tegenwoordig is dat een taak van Gemeentelijke diensten en bovendien zou deze traditie handhaven, gevaarlijke situaties opleveren voor het wegverkeer.
Geiten (en wel dwerggeitjes) staan bij ons dus in de dierenwei. Dat vereist wel speciale maatregelen ter bescherming van de aldaar groeiende fruitbomen, want ze zijn dol op boomschors.



Bijen

Speciale vermelding verdient de bijenhouderij. Hoewel het in de literatuur zelden of nooit genoemd wordt, werd bijenhouden in de streek breed beoefend. De cruciale rol die de bloemvaste bijen vervullen in de fruitteelt is evident en vormde hierbij de belangrijkste factor; de honingopbrengst was van secundair belang en werd voornamelijk voor eigen gebruik aangewend.
De op het terrein aanwezige bijenvolken zijn lange tijd verzorgd door een vrijwilligerspaar dat vlakbij woonde. Echter, toen ze gingen verhuizen heeft een medewerker de bijenhouderij op zich genomen. In het museum is een demonstratiekast gebouwd, die permanent door een bijenvolk wordt bewoont. In het educatieve programma dat het museum aanbiedt speelt deze (met het bijbehorende verhaal inclusief honingproeven) een onmisbare en uiterst succesvolle rol.



Overige

Op het terrein van de Historische Tuinderij huizen nog meer diersoorten, zoals steenuil, torenvalk, kwikstaart, merel, koolmees, egel, mol, konijn, rat, muis etc. die alle niet tot de collectie worden gerekend, want ze zijn er uit zichzelf gekomen (al zijn met name de vogels welkom en zijn er zelfs nestkasten voor hen geplaatst).



Afscheidingen

Alle vijf objecten (sloot, singel, hek, tuun en houtwal) worden tot de kerncollectie gerekend. "Tuin" is vanouds de aanduiding voor "omheind stuk land" (vgl. ook het Engelse "town") en vanuit die overweging is een tuin zonder afscheidingen ondenkbaar; ze gelden als integraal onderdeel van het terrein.
Representatieve objecten zijn erfbeplantingen, hekken (afscheidingen), bomen, grachten.