Warmoezerij
De Historische Tuinderij 'de lentse warmoezenier' is een gemengd tuinbouwbedrijf, een zogenaamd warmoezeniersbedrijf of warmoezerij, zoals dat in de jaren dertig volop te vinden was in Lent en omgeving.
Op de traditionele manier worden er oude soorten en rassen van bloemen, groenten en fruit geteeld.
Het was de bedoeling om, zoveel mogelijk gespreid door het jaar heen, producten te telen die dan werden verkocht op de markt in Nijmegen of Arnhem. Er werd ook aan huis verkocht.
Tot in de jaren '50 bood de warmoezerij een typische manier van leven en werken aan de tuindersfamilies.
Bakkenplek
Centraal in de warmoezerij stond de zogenaamde bakkenplek. Deze bestond uit rijen bloem- en/of groentebedden van zo'n 1.70 meter breed, die met een houten ombouw - later van baksteen of beton - werden beschut.
Op deze manier ontstond een bak, die tegen kou en regen kon worden afgedekt met zogenaamde 'Lentse ramen' van ca. 1.80 x 1.30 meter.
In deze bakken werden in het vroege voorjaar groenten verbouwd (vaak verwarmd met broeimest).
Daarna, als de aanvoer van groenten van 'de kouwe grond' op gang kwam, werden in dezelfde bakken sierplanten als geraniums, begonia's en sedums gekweekt.
Potplanten
Vanaf het begin van de 20e eeuw ging de teelt van potplanten een steeds belangrijker plaats innemen. Daardoor veranderden teelt- en werkomstandigheden.
Er werden verwarmde bakken aangelegd en later verwarmde kasjes. Hierin werd water, dat werd verhit in een kolengestookte ketel, rondgepompt in verwarmingsbuizen.
In deze bakken en kasjes kon men vroeger in het seizoen beginnen met het opkweken van de planten.
Potplanten die onder het platte glas te hoog werden, werden sindsdien in de kas geteeld.
In de verwarmde kasjes konden niet-winterharde plantensoorten overwinteren.
Een omvangrijke teelt in de Historische Tuin is de sedumteelt - meer specifiek die van Sedum siboldii Medio-Variegatum, een bonte sedumsoort.
Het is een typische bakkenteelt, zoals destijds door veel Lentse Warmoezeniers beoefend werd.
Ook vermeldenswaard is een vijftal geurgeraniums dat sinds 2005 wordt geteeld - naast de aanwezige traditionele geraniumrassen - en een zestal begoniasoorten.
Een aparte vermelding verdient een verzameling van circa 30 cactus- en succulentensoorten, die in 2001 zijn geschonken door een Lentse cactuskweker in ruste en toenmalig bestuurslid.
Groente en fruit
Naast de appel-, peren- en kersenrassen etc. werd ook kleinfruit aangeplant, zoals: rode, zwarte en witte bessen, kruisbessen, frambozen en bramen.
Door een onderlinge afstand tussen de rijen van zo'n zes meter, ontstonden akkertjes voor de groenteteelt, welke door de bessenstruiken werden beschut.
Kleinvee
Zoals in vroeger dagen is er kleinvee aanwezig, o.a. kippen, ganzen, bijen, eenden en parelhoenders.
Alleen de kippen, ganzen en bijen waren oorspronkelijk aanwezig op een warmoezeniersbedrijf.
Ganzen
Ganzen werden van oudsher gehouden aan de straatkant van de warmoezerij. Ze vervulden daar een waakfunctie.
Door de intensiteit van het wegverkeer in deze tijd zou dit (voor de ganzen zelf, maar ook voor de omwonenden) veel te onrustig zijn.
De ganzen zijn daarom verder achterop het terrein geplaatst, waar het veel rustiger is.
Geiten
Het was een Betuwse traditie om het gras van de wegbermen kort te houden met behulp van (gewone) geiten.
Tegenwoordig is dit een taak van Gemeentelijke diensten en bovendien zou het handhaven van deze traditie gevaarlijke situaties opleveren voor het wegverkeer.
Geiten (dwerggeitjes) staan nu dan ook in de dierenwei. Dat vereist wel speciale maatregelen ter bescherming van de aldaar groeiden fruitbommen, want ze lusten graag boomschors.
Bijen
Hoewel het in de literatuur zelden genoemd wordt, werd bijenhouden in de streek breed beoefend.
De cruciale rol die de bloemvaste bijen vervullen in de fruitteelt is duidelijk en vormde de belangrijkste factor. De honingopbrengst was van secundair belang en werd voornamelijk voor eigen gebruik aangewend.
In het museum is een demonstratiekast gebouwd, die permanent door een bijenvolk wordt bewoond.
Overige
Op het terrein van de Historische Tuinderij in Lent huizen nog meer diersoorten, zoals: steenuil, torenvalk, kwikstaart, merel, koolmees, egel, mol, konijn, rat, muis etc., maar die zijn er uit zichzelf gekomen.
Met name de vogels zijn echter zeer welkom en er zijn zelfs nestkasten voor hen geplaatst.
